blue-flower headerblauw1 maple raindrops walden-pond windows

Warning: count(): Parameter must be an array or an object that implements Countable in /home/hanslowijs/domains/hanslowijs.nl/public_html/libraries/cms/application/cms.php on line 464

‘Dit zal voor jullie een teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt’ (Lucas 2:12) ‘Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…’. Misschien is het lang geleden, dat we dit spelletje speelde. Voor mij geldt dat in elk geval. Wij deden het, toen onze kinderen nog klein waren. Als we écht niets anders te doen hadden. Als we de tijd even moesten doden, zoals dat heet. We speelden het ook wel als we in de auto op weg waren naar ons vakantieadres. ‘Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet’. Simpel spelletje: je hebt er niets anders voor nodig dan je ogen en een klein beetje gezond verstand. ‘Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet… en het is…’ – en dan volgt een kleine aanwijzing. En als het erg moeilijk te raden is, mag je er ook nog bij zeggen: je bent koud, je bent warm… je bent in de buurt. En plotseling: ‘Ha, gezien!’ ‘Ik zie, ik zie…’ Eigenlijk is dat spelletje wel te vergelijken met het geloof. Want, zeg nou zelf: ook dat moet je zien! Dat zie je of dat zie je niet. Soms zie je het wel, soms ook even niet. Ik zie, ik zie… of misschien: JIJ ziet, JIJ ziet, maar ik zie het niet dat er MEER is tussen hemel en aarde. Dat God bestaat. Dat er een HEER in de hemel is, die voor je zorgt. Dat moet je zien. En als je het niet ziet, dan houdt het op. De herders in de kerstnacht hebben het nog niet gezien. Nou ja, ze hebben wel iets gezien. Iets bijzonders zelfs, iets prachtigs, iets overweldigends. Voor hun ogen verschijnt een engel en uiteindelijk een heel engelenkoor. Het zal je gebeuren. Midden in de koude, donkere nacht. Ja, het zal je gebeuren, als het koud en donker is in je leven. Een koude, donkere nacht. Dat kan het zijn in je leven. Koud en donker kan het zijn, als je te kampen hebt met ziekte of gemis. Zorgen voor de toekomst van jezelf, je familie, je vrienden. Of al heb je misschien alles wat je hartje begeert, ben je gezond van lijf en leden - dan nog kan het koud en donker zijn. Moet ik zo mijn dagen slijten, tot het uiteindelijk afgelopen is? Ergens van binnen zit een koud en donker plekje, waar het maar niet warm en licht wil worden. Maar dan toch ineens je leeft weer op! Er is weer blijdschap. Er is weer hoop. Er straalt weer licht in dat donkerste plekje van je hart. Je krijgt weer plezier in het leven. Ik zie, ik zie… Hoe? Nu zo zien de herders op het veld in de donkere koude kerstnacht licht. En wat voor licht! Het is het stralende licht van de HEER. Hemels licht valt op de aarde, als de engel verschijnt. Je zou denken: dat is nog eens wat – een engel en een engelenkoor. Goddelijk licht van hemelse oorsprong. Eindelijk valt er iets te zien! Licht, dat alle duisternis verdrijft. Warmte, die alle kou op de vlucht jaagt. Als ik herder was geweest, zou ik warm geworden zijn en had ik het gezien. En voortaan zou ik het rotsvast geloven. Maar, gek genoeg, bij de herders gaat het niet zo. De komst van de engelen brengt hen geen vreugde. Het brengt angst. Ze schrikken hevig. Ze vrezen met groten vreze. Maar van de eerste schrik bekomen krijgen ze de kerstboodschap te horen. Want wat horen zij? Wat spreekt de engel? Nou, eigenlijk, om het simpel te zeggen, geef de engel het raadseltje op: ‘Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…’ ‘Ik zie, ik zie de Redder, Christus, de HEER, en het is… een pasgeboren Kind, in een doek gewikkeld in een voederbak’. Een pasgeboren kind. Niets bijzonders. Er worden op aarde zoveel kinderen geboren. In een doek gewikkeld. Ook dat is niet buitengewoon. Elke goede moeder wikkelt haar pasgeboren kind stevig in een paar lappen stof. ‘Inbakeren’, heet dat. Moeder Maria heeft als kind van haar tijd goed geluisterd, hoe ze haar pasgeboren baby moet verzorgen. En dan toch nog iets heel bijzonders: het kind ligt in de voederbak. Bethlehem was te klein. De herberg vol. Geen plaats voor een kind. Geen plaats voor Gods Kind. De Zoon van God neemt genoegen met een plekje achteraf. Bij de beesten af. Daar kun je Hem vinden: in de kribbe en de doeken. Dus, luister daarom naar de stem van de engel en kijk om je heen. “Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet! Als je Hem zoekt, kun jij Hem vinden. Maar luister goed naar de aanwijzingen: Als een gewoon mens onder de mensen, aan het randje van de gewone mensenwereld. Nu in een voederbak, straks aan een kruis. Zo laat God zich zien. Zo verdrijft de HEER de duisternis. Door Jezus Christus, onze HEER en Redder. Hem kun je ontmoeten. “Ik zie, ik zie en Hij is…”. In de Bijbel wordt over Hem verteld. In de kerken wordt de boodschap doorgegeven. Zelf mag je op zoek gaan. En als je zoekt, dan zul je Hem vinden. En bij Hem vind je het echte, het eeuwige leven. Licht in jouw duisternis. Warmte, die de kou uit je leven verjaagt. Je zult zien, wat ik zie. En samen met de herders knielen wij aan Zijn kribbe neer en geven Hem ons leven. Hans Lowijs, Geestelijk Verzorger.

Dagelijks Woord