blue-flower headerblauw1 maple raindrops walden-pond windows

Warning: count(): Parameter must be an array or an object that implements Countable in /home/hanslowijs/domains/hanslowijs.nl/public_html/libraries/cms/application/cms.php on line 464

(n.a.v. Psalm 139: 1 – 12)
Er is verschil tussen eenzaam zijn en alleen zijn. Er staat geen is gelijkteken tussen.
Ooit schreef koningin Wilhelmina een autobiografie met de titel ‘Eenzaam, maar niet alleen.’ Ook het omgekeerde kan waar zijn: alleen, maar niet eenzaam.
Om de eenzaamheid op te lossen wordt soms zo gemakkelijk gezegd: ga er maar op uit, zoek mensen om je heen, leg contact … .
Zeker, dat kan een oplossing zijn. Maar het hoeft niet.
Eenzaamheid reikt vaak veel verder, veel dieper.
Zo las ik over een Française die door allerlei omstandigheden in Rusland terecht kwam, daar bleef en oud werd. Zij ervoer eenzaamheid doordat ze nooit meer met iemand in haar moederstaal, het Frans, kon spreken. En ooit zei iemand me, wat teleurgesteld, in een drukke feesttent: ‘ook in een huwelijk kan het eenzaam zijn’. En ik wist dat haar huwelijk, voorzover ik wist, niet echt slecht was.
Maar soms kan de ander zo ver weg zijn, zo onbereikbaar. Dat besefte ik ook, toen iemand anders me vertelde, dat nu zijn partner overleden was er niemand was met wie hij bepaalde herinneringen kon delen. Hij was nog de enige die ervan wist.
Dat kan niemand opvangen of opvullen. Het is alsof bepaalde dingen nooit gebeurd zijn. Naarmate een mens ouder wordt, kan dat gevoel sterker worden. Dat is niet of nauwelijks oplosbaar. ‘Ik wilde zo graag nog eens met hem of haar praten’.
Het vreemde is, dat, dat iemand kan zijn met wie de verhouding niet eens zo goed was. Maar nu kan het niet meer. De lijnen, de banden zijn doorgesneden, niet te herstellen. Soms, soms is dat niet te accepteren, onaanvaardbaar. Dan roept dat strijd op, een strijd die het leven zwaar maakt. Ik moet denken in dit verband aan het kruiswoord van Jezus: ‘God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?’
Daarin proef ik iets van een diepe eenzaamheid. Hij hing daar tussen hemel en aarde, verlaten door de mensen, verlaten door God. Een hel. Op zich al, de kruisdood. Maar in het bijzonder het torsen van de zondenlast maakte het tot een hel: de zondenloze draagt de zonden der wereld. Daarin staat/hangt hij volstrekt alleen. Er is niemand met wie Jezus dat kan delen, die ook maar enigszins kan begrijpen, hoe zwaar dat geweest moet zijn.
Eenzaamheid. In hoeverre zijn de gedachten van psalm 139 dan als een warme deken? Als ik nu zit of opsta; wat ik ook zeg; wat ik ook denk. Gods hand ligt op mij.
Maar helpt het ook? Helpt het die Franse vrouw, ver weg in Rusland? Helpt het die vrouw in haar huwelijk, wordt het er beter van? Helpt het ons in onze eenzaamheid, als niemand van de geliefden terug komt? Het verdriet, het verlangen blijft. De psalm zegt alleen: er is Iemand met wie je de eenzaamheid kunt delen, een die aan het kruis die eenzaamheid heeft gekend. Maar ook, vooral ook: iemand die jouw eenzaamheid ziet, heel persoonlijk. Gij doorgrondt, Gij kent mij, mijn liggen, mijn opstaan. Gij zijt vertrouwd met mijn wegen. Mijn pijn, mijn verdriet. Gekend! Erkend! Het wordt niet als zeuren afgedaan. Ik word niet aan de kant gezet, omdat het veel gezelliger was toen we nog met z’n tweeën waren. Het hele leven te delen, dat kan opluchten, misschien zelfs kracht geven, moed geven om nieuwe stappen te kunnen zetten.
Ik las eens een verhaal. Het gaat over Jannie. Haar vriend is jaren geleden overleden. Heel jong nog. Hij werkte in India, in de opbouw van de gezondheidszorg, aan de bouw van een ziekenhuis. Op een kwade dag wordt hij vermoord door rebellen. Ze heeft hem niet meer gezien. Na al die jaren is ze er nog niet overheen. Verdriet, boosheid, depressies. Ze zit vol onbegrip, wrok, naar haar vriend toe. Waarom moest hij daar gaan werken, hij wist toch van haar zorgen. Ze strijdt met God, de bekende waaroms, of het niet anders had gekund, of hij met z’n grote inzet voor de medemens niet beter had verdiend … . Op een gegeven moment brengt ze het op om naar de plaats te gaan, waar hij vermoord is. Ze komt bij het ziekenhuis dat hij bezig was te helpen bouwen. Ze zit vol vragen. Ze vraagt zich af, of het de moeite waard is geweest. Ze ontmoet er een jonge vrouw, die haar iets wil geven: een kat, gemaakt van oude vodden. Ze vertelt een verhaal, uit de tijd van de bouw van het ziekenhuisje. Hoe zij een jong poesje had gevonden en meegenomen. Maar het mocht niet van thuis. Een paar dagen later was het poesje dood. Groot was haar verdriet. Jannie’s vriend had haar korte tijd later die voddenpoes gegeven, zelf gemaakt. En ze vertelt: ‘hij zág mijn verdriet, hij troostte me, hij nam me in mijn verdriet serieus. Daarom geef ik hem nu aan u, nu hebt u hem nodig’.
Heer, Gij ziet mij, Gij doorgrondt en kent mij.

Hans Lowijs,pastor.

Dagelijks Woord