blue-flower headerblauw1 maple raindrops walden-pond windows

Of je zonder de kerk geloven kunt? Ja natuurlijk, wat dacht u!
Ik zie dat toch overal om me heen: mensen die nooit meer naar de kerk gaan, maar beslist nog wel geloven. Neem nu mijn overbuurman, een beste kerel, maar ’s zondags gaat hij echt niet naar de kerk. Hij slaapt uit. Hij drinkt rustig een kopje koffie met z’n vrouw. Hij wandelt een stukje door het bos als het mooi weer is. Reken maar dat die zondag voor hem een echte rustdag is! En een aardige man is het ook nog, die overbuurman van mij. Nooit zul je hem horen schelden of vloeken of tieren. Dronken heb ik hem nog nooit gezien en voor de kankerbestrijding geeft ie altijd een flink bedrag – als ik mijn dochter mag geloven, die met de collectebus langs de deuren gaat. Een prima kerel, die goed zorgt voor zijn vrouw en kinderen en bovendien z’n tuin ook nog keurig op orde heeft.

En denk je nou dat hij ongelovig is geworden, sinds hij besloten heeft om niet meer naar de kerk te gaan? Geen sprake van! Hij bidt nog altijd voor het eten. En af en toe leest hij zelfs nog uit de bijbel. En als er op de televisie een kerkdienst is, wil hij ook nog wel eens kijken, als het die zondag regent. Nee, kom mij nu niet aan met het verhaal dat je zonder de kerk niet kunt geloven. Ik weet het heel zeker: geloven kun je ook zónder de kerk.

Toch wil ik nog wel graag één kanttekening maken. Deze: je kunt best geloven zonder de kerk, maar je kunt niet blijven geloven zonder de kerk. Stel je voor dat de kerk er niet meer was. Stel je voor dat niemand meer naar de kerk ging. Binnen één generatie zou toch het geloof zo goed als uitgestorven zijn? Denkt u nu echt dat je dat volhoudt, een leven lang: geloven zónder de kerk? Wilt u nu echt beweren dat de kinderen van mijn overbuurman ook nog wel geloven zullen? En verwacht u nu heus dat zijn kleinkinderen nog weten zullen wie Jezus was en wat Hij ons heeft gezegd? We hebben de kerk nodig. Broodnodig.

Stil maar, ik weet wel dat je best een tijd zonder brood kunt leven. Maar dat moet niet al te lang duren. Anders ben je dood. Morsdood. Ik heb het broodnodig om gevoed te worden met andere kost dan de televisie mij biedt. Goed, alles leuk en aardig op z’n tijd: een showprogramma, een spannende film, een grappige quiz… Daar kun je misschien nog wel mee leven, maar niet mee sterven. En soms, in de grenssituaties van het menselijk bestaan, in dagen van ziekte en dood, dan ervaar je dat ook. Dan licht het soms zomaar even op: er moet toch iets méér zijn in dit leven dan eten en drinken en gapen en slapen.

Over dat ‘meer’ gaat het in de kerk! Over het ‘meer’ van het leven van God. In de kerk wordt je meegenomen in de lofzang. In de kerk raak je betrokken bij de blijde boodschap van de opstanding. In de kerk kan je láchen – van pure vreugde, omdat je zonden vergeven zijn, omdat het eeuwige leven nog vóór je ligt.

U hebt gelijk: je kunt best leven zonder de kerk. Maar of je zonder de kerk ook kunt blijven geloven? Dat geloof ik niet!

Uit: Met vallen en opstaan, geschreven door André F. Troost, uitgeverij: Boekencentrum Zoetermeer

Dagelijks Woord

  • vrijdag 13 december 2019 - 1 Tessalonicenzen 4:13-14
    Broeders en zusters, wij willen u niet in het ongewisse laten over de doden, zodat u niet hoeft te treuren, zoals zij die geen hoop hebben. Want als wij geloven dat Jezus is gestorven en is opgestaan, moeten wij ook geloven dat God door Jezus de doden naar zich toe zal leiden, samen met Jezus zelf. -- 1 Tessalonicenzen 4:13-14