headerblauw1

Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed’(Galaten 3:27).

Ongetwijfeld staat ook u en jij wel eens voor de klerenkast. Wat zal ik aan doen? Die vraag stellen we ons nog wel eens. Voor het antwoord op die vraag zijn vaak de omstandigheden doorslaggevend. Gaan we naar ons dagelijks werk, bezoeken we een rouw- of trouwsamenkomst, of gaan we een avondje stappen, dan is dat bepalend voor de kleren die we aan doen. Voor een christen is het trouwens niet zo moeilijk, wat hij zal aandoen. Paulus schrijft aan de Galaten ; ‘Zovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan’ (S.v.) Bij de eerste christenen bestond de gewoonte om bij de doop een wit kleed aan te doen. Het aantrekken van dat kleed was een aanvaarden van de verplichting om heilig voor de Here te leven. Vroeger zei men wel : ‘Een christen herken je aan zijn gelaat, gepraat en gewaad’. Direct na de zondeval werd Adam kleermaker. Hij maakte schorten van vijgebladen. En ook Zijn nakomelingen verstaan de kunst om kleren te maken. Daarin is een grote verscheidenheid. Welk kleed past ons het beste? Lopen we niet vaak in een kleed gemaakt van twee soorten stof? We geven God wat en ook de wereld wat.

Maar al die soorten kleren moeten we uittrekken. Ze zijn oud en versleten zegt Paulus. Geen kleed van eigen fabrikaat is geschikt om onze naaktheid voor God te bedekken. We moeten ons uitkleden en andere kleren aan doen. Welke kleren? De Here geeft ons een gewassen kleed, gedompeld in het zuivere bloed van Christus. Hij heeft onze schuld op Zich genomen en ons zo bekleed met een nieuw gewaad. Hij, de Gekruisigde wiens kleren zijn afgenomen en al dobbelend verdeeld. Zijn verdienste voor ons wordt met een kleed vergeleken. Als je dat aan doet dan loop je met de nieuwste mode. En dat kleed past altijd. Het is onverwoestbaar en niet aan slijtage onderhevig. Als je dat kleed aandoet dan krijg je meteen een ander leven. Want je hart wordt dan vervuld met Zijn liefde. Je leven wordt dan bepaald door Zijn leiding. Zijn Geest vernieuwt je hart zodat je niet meer die oude kleren aan wilt, maar gaat pronken met de gekregen kleren van de Heiland.

In woord en daad laat ik dan uitkomen hoe Hij het waard is om Hem te dienen ; ‘Ik wandel in het licht met Jezus’. Het kleed van Christus is de werkkleding van de gelovige. In deze aangetrokken kleding wil je voor God en de mensen gezien worden. Nee, niet om te pronken maar om te dienen. Als je s’morgens of op welk moment van de dag ook nog eens die vraag tegenkomt; Wat zal ik aantrekken? Denk dan eens aan dat witte kleed. Het witte kleed van de toewijding aan de Heiland. Wat zal ik nu aandoen, wat zal ik vandaag eens van de Here laten zien? Keus genoeg lijkt me! Het kleed van Zijn liefde, ….blijdschap, ….vrede, ..lankmoedigheid, …. vriendelijkheid, …..goedheid, …..trouw, …… zachtmoedigheid, ……zelfbeheersing. ( Galaten 5 : 22).Elke dag mag je weer een aspect van Hem (uit)dragen. Ik weet niet hoe het u en jou vergaat maar aan nieuwe kleren moet je vaak wennen. Die oude kleren zaten eigenlijk best lekker.

De zonde en de begeerte houden je zo graag gevangen. Wat kun je, je soms machteloos voelen om te wandelen in het licht met Jezus. Het is vaak een strijd op leven en dood. Maar door Jezus’ genade leer ik die oude kleren als vodden zien. Ze worden afgedankt want ze hebben hun dienst gedaan. Dat is Jezus verdienste. Want Hij is opgestaan en heeft de doeken waarin Hij gewikkeld was, achtergelaten. De opgerolde doeken in het lege graf van Jezus zeggen ons dat het oude is voorbijgegaan. Als je dan met Christus opgewekt bent, leg dan af die oude kleren!

Hans Lowijs.

Dagelijks Woord

  • maandag 21 mei 2018 - Psalmen 107:1-2
    Loof de HEER, want hij is goed, eeuwig duurt zijn trouw.’ Zo spreken zij die door de HEER zijn verlost, die hij verloste uit de greep van de angst. -- Psalmen 107:1-2