headerblauw1

'Want hij reisde zijn weg met blijdschap'. (Handelingen 8 : 39)

Filippus had de kamerling de Schrift uitgelegd, het gedeelte dat ging over het schaap dat stemmeloos is voor het aangezicht van zijn scheer­ders, uit de profeet Jesaja. Filippus verkondigde hem naar aanleiding van dat Schriftgedeelte Jezus! Die was het schaap waarvan Jesaja sprak. Het woord vond kennelijk ingang bij de kamerling. Hij werd gedoopt op de belijdenis: 'Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is'. En na die doop nam de Heilige Geest Filippus weg. Maar de kamerling, hij merkte het niet, want - zegt de tekst - hij reisde zijn weg met blijdschap. Nu, dan moet het wel echt geweest zijn bij de kamerling. Als je zo verrukt bent dat je niet meer weet wat er om je heen gebeurt, dan ben je wel erg in de wolken. Maar zó werkt de Heilige Geest. De Heilige Geest, die Filippus wegnam, vervulde het hart van de kamerling. En wanneer de Heilige Geest vol maakt dan maakt hij vol van Christus, vol met liefde van en tot Christus. Blijdschap behoort echt bij het geloof. Geloof je dat? Of liever, weet je dat? Ja, het geloof heeft ook zijn aanvechtingen, zó dat je er benauwd onder worden kan. En vóór je gelooft kan er soms heel wat afgestreden zijn. De Bijbel zegt dat we weten uit hoe grote nood en dood we verlost zijn. En Paulus zegt: 'Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen?' Wie verlossen zal? Jezus! Hij kan het, Hij wil het, Hij zal het! Daar wist de kamerling van! Vandaar die blijdschap! De Geest van God vervulde hem geheel. Die blijdschap is geen opgeschroefde gemoedsgesteldheid, geen uiterlijk vertoon, maar gewoon diepe vreugde over de verlossing. Jezus, óók voor mij! Ook voor jou!

Hans Lowijs.

Dagelijks Woord