headerblauw1

Pastor Hans Lowijs: Meewandelen met de mensen in Nieuwlande door Lammert Huizing

Namens de hervormde gemeente Nieuwlande wil ik u bedanken dat u deze beroeping hebt aangenomen. Wij als hervormde gemeente zijn blij dat wij een nieuwe voorganger hebben’. Een reactie in het gastenboek op de website van Hans Lowijs (www.hanslowijs.nl) . Zondag 5 september wordt hij door ds. J. van Meerveld uit Hollandscheveld bevestigd als pastoraal werker en voorganger van de Hervormde Evangelisatie Vereniging Bethel te Nieuwlande. In Nieuwlande komt daarmee een eind aan een vakante periode van bijna twee jaar. Voor Hans Lowijs is het een deeltijdbaan, die geen gevolgen heeft voor zijn werk in Zuidwolde en Hoogeveen. De laatste vier en een half jaar deed hij opbouwwerk in de hervormde gemeente van Elim. Met de komst van ds. Bos kwam daar een eind aan. In Nieuwlande treedt hij in het spoor van een rij illustere voorgangers, die vanaf het eind van de negentiende eeuw de ’evangelisatie’ hebben gediend.

Hans Lowijs is geworteld in Hoogeveen. Geboren in 1953 op Noord, waar zijn vader melkboer was en waar hij opgroeide in een gezin met vijf kinderen. Hij bezocht de school op Noord, maar de bekende meester Renema heeft hij zelf niet meer meegemaakt. Het was een school, die nogal wat predikanten heeft voortgebracht. ’Van jongs af heeft mij de theologie getrokken’, vertelt hij. ’Maar ik heb nooit gedacht, dat ik hierin nog eens werkzaam zou zijn. Eind jaren tachtig, toen ik inmiddels 37 was, hadden mijn vrouw en ik het er nog eens over. We hebben toen een rolwisseling toegepast. Mijn vrouw kon haar oude baan weer opnemen en ik werd huisman met de zorg voor onze drie toen nog kleine kinderen. Daarnaast kon ik gaan studeren. Dat was trouwens weléén van de moeilijkste dingen: het weer leren studeren. Een kwestie van discipline.’ Als zestienjarige kwam hij aan het werk bij Evenblij Verlichting aan de Pesserdijk. Hij werd later verlichtingsadviseur en hoofd van de afdeling verkoop bij andere bedrijven. Na zijn overstap naar de wereld van de ’theologie’ volgde hij twee studies ’pastorale variant’. De ene was aan de Reformatorische Hogeschool in Zwolle, een erkende opleiding onder andere voor pastoraal werker, evangelist en zendingswerker. De andere ter afronding van zijn eerste studie aan de Christelijke Hogeschool Windesheim, ook in Zwolle. Hij leverde een scriptie over ’De vrouw in het ambt’. Een andere scriptie had als titel ’Wat gaat er van de kerk uit als ze uitgaat?’ Voor het vak ethiek kwam hij met een studie over ’Hulp bij zelfdoding’. Kun je het bijbels verantwoorden om daar iemand bij te helpen?

In 1996 kwam hij in het bezit van de aantekening Testimonium Kerkelijk Werker en werd hij als zodanig benoembaar in de SOW-kerken. In de hervormde gemeenten in Zuidwolde en in Hoogeveen kon hij meteen aan de slag als bijstand in het pastoraat (pastor). In diverse gemeenten vervult hij regelmatig (s)preekbeurten en gaat hij voor in evangelisatie- en jeugddiensten. In Hoogeveen kent men hem als pastor in de wijken 1 en 2 (Centrum) en 3 (Zuid) van de hervormde gemeente. Met enige regelmaat is hij elders in het land te beluisteren, onder andere met een lezing die vooral ouderen aanspreekt: ’Piepen de jongen zoals de ouderen zongen?’ met als ondertitel ’Mijn kinderen doen er niet meer aan’.

Contact met mensen ’Vooral het voorgaan in evangelisatiediensten spreekt mij erg aan’, zegt Hans Lowijs. Hij onthult, naast het Liedboek voor de Kerken een liefhebber te zijn van een Opwekkingslied, Liederen van Johannes de Heer en de Evangelische Liedbundel. Hij noemt zichzelf geen studeerkamerfiguur, maar wel erg ontvankelijk voor het contact met mensen. ’Mijn hart ligt bij het pastoraat. Ik ben wat evangelisch getint. Maar je zult altijd houden dat de één je graag hoort en de ander wat minder. Daar leer je wel mee leven. Mijn doelstelling ten aanzien van verkondiging en catechese is wel, om dit te doen vanuit de praktijk van het dagelijkse leven. Mijn hart gaat uit naar het pastoraat. Proberen naast iemand te komen. Ik heb daarbij voor ogen het ’meewandelen’, zoals Jezus met de Emmausgangers mee opwandelde. Vertel eens? Zeg eens? Wat is er aan de hand? Waar gaat het om in het leven? Het gaat om het behoud van mensen, om hen warm te maken voor het Evangelie en dat is voor mij het belangrijkste.’ ’Voorop staat bij mij, wat de vroegere Hoogeveense predikant, dr. Henk van der Meulen (nu docent aan de Universiteit in Utrecht, eens zei. Hij sprak de voor mij onvergetelijke woorden: ’Hans, vergeet één ding niet: Gods Woord zit vol met humor. Het is een blij Evangelie dat we mogen doorgeven en verkondigen.’

In het diepe gegooid In Nieuwlande is de afgelopen tijd, na het vertrek van evangelist K. Hof in november 2002, veel werk blijven liggen. Hans Lowijs: ’Ik heb gemerkt dat in de vacante periode de kerkenraad veel zaken heeft opgepakt. Veel handen werden in de gemeente ineen geslagen om het werk dat gedaan moest worden, ook te doen. Ook bleek het mogelijk om nieuwe wegen in te slaan . Dat geeft vertrouwen voor de toekomst.’ Lowijs heeft op zijn benoeming veel reacties gekregen en vooral de vraag, of de hervormde gemeente weer een levendige en levende gemeente mag worden. ’Dat betekent’, zegt hij, ’dat er naast de zondag ook in de week weer veel zaken moeten worden opgestart: gesprekskringen, jeugdwerk, bijbelkringen. Maar nogmaals, alles moet in deeltijd. Daarom is het beter om één ding goed te doen dan veel dingen half.’ Voor hem betekent het werk in Nieuwlande een hernieuwde kennismaking. De gemeente is hem niet helemaal vreemd. ’Eind 1993, toen ik bijna aan het eind van mijn studie was, kwam de toenmalige voorganger, de heer Van Kranenburg bij me. Hij was ernstig ziek en vroeg of ik hem in zijn ziekteperiode wilde vervangen. Enkele weken later stierf hij. Ik had nog nooit gepreekt, nog nooit een begrafenis geleid, geen catechese gegeven. Alles was voor mij nieuw en ik werd meteen in het diepe gegooid. Bijna twee jaar heb ik invalswerk gedaan en daar veel van geleerd’. In het Diaconessenhuis in Meppel deed hij ervaring op in het ziekenhuispastoraat. ’Ik wilde ervaren hoe het is, voor alle bedden, alle mensen zonder verschil van gelovig en niet-gelovig, te komen. Dat is toch even anders dan ziekenbezoek bij een patiënt uit je gemeente.’ Ook verleende hij bijstand in Nieuweroord, in zijn woonplaats Noordscheschut en in Pesse. Hij maakte daar kennis met het verschil in mentaliteit tussen de mensen die vanouds en veel generaties lang op het zand hebben gewoond en de kinderen en kleinkinderen van de vroegere veenarbeiders. Een verschil ook in beleving en verwerking van het geloof.

De weg van de liefde Hans Lowijs is niet pessimistisch over de toekomst van de kerk. ’Ik kan mij soms storen aan negatieve geluiden als: de kerk loopt leeg, de kerk heeft niets meer te bieden, enz. Gezang 319 zegt het zo mooi en daar houd ik mij aan vast: ’Looft God, Hij stuurt het schip der kerk,dat naar de morgen vaart.Hij is de hartslag van ons werk,Hij houdt het welbewaard.’’Ik kan mij vinden in de Protestantse Kerk Nederland. Dat wil niet zeggen dat ik het overal mee eens ben. Maar weglopen is het laatste, want dan kun je er niets meer aan veranderen. Er zijn in Nieuwlande gesprekken met de Gereformeerde Kerk en de Hervormde Evangelisatie in Geesbrug. Ik kies wel voor de weg van de geleidelijkheid. Bij SOW-processen in veel plaatsen en dorpen in ons land gaat het goed totdat de gebouwenkwestie op de agenda komt. Dan wordt het heel gevoelig en spelen tradities dan wel oud zeer een grote rol. Soms wordt het dan een moeilijke weg.’ Mee daarom hoop ik in de intreedienst op 5 september te spreken over 1 Corinthiërs 12 vers 31b: ’En ik wijs u een weg die nog veel verder omhoog voert’. En, dat zegt Paulus, is de weg van de liefde! Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij.’

Veenarbeiders Wat is Nieuwlande voor een gemeente? Hans Lowijs heeft zich ingelezen in de geschiedenis van deze jonge veenkolonie, ontstaan in de tweede helft van de negentiende eeuw. Men sprak toen nog van Zwinderscheveen en later van het Zwinderscheveld, ongeveer twaalf kilometer van Hoogeveen. De oorspronkelijke bewoners waren voornamelijk veenarbeiders. Na het afgraven van het veen werd het land in cultuur gebracht voor landbouw en veeteelt, vooral door Groninger boeren. De werkloos geworden veenarbeiders werden landarbeider of ze trokken naar de textielfabrieken in Twenthe. Vroeger was men heel plaatselijk gericht en afhankelijk van voorzieningen in het dorp zelf. Zo waren er drie kruideniers, twee bakkers, een smederij, twee timmerwerkplaatsen, een schoenmaker, een textielwinkel en nog veel meer. Ook het verenigingsleven bloeide volop. Televisie was er (nog) niet en voor ontspanning was men dus aangewezen op elkaar.

De eerste kerkelijke activiteit was ongeveer 115 jaar geleden. De evangelist, zendeling en bijbelcolporteur Cornelis Taanman stichtte in 1894 een evangelisatiestation in het Zwinderscheveld. Hij was uitgezonden door de Nederlandsche Evangelisch-Protestantsche Vereeniging, die overal in het land evangelisten aan het werk had. Taanman werkte niet alleen in Nieuwlande, maar ook in Hoogeveen, Echten, Ruinen, Fort, Meppel, Stuifzand en Kerkenveld. De veenarbeiders waren in meerderheid hervormd. Voor de kerkgang moesten ze naar Hollandscheveld. Maar als ze zes dagen hard geploeterd hadden in het veen, lokte het niet om op zondag de lange wandeling te maken naar Hollandscheveld. Vandaar dat er behoefte kwam aan een eigen plaats van samenkomst.

De kinderen van de zondagsschool en de ouderen voor de kerkdiensten kwamen 115 jaar geleden bij elkaar in de woning van Faken. Deze was onderdeel van de zogenaamde ’dubbele kamers’ van ’t Singeltje, een rijtje meergezinswoningen aan het Oostopgaande. Taanman woonde in Nieuweroord, later in Hoogeveen en kwam altijd lopend naar Nieuwlande. Over opkomst in de armoedige ruimte had hij niet te klagen. De hervormde gemeente in Oosterhesselen was niet blij met evangelisatiewerk in het veengebied, wat zij zagen als ’kerkje spelen’.

Eerste houten kapel Opgericht werd de Vereeniging voor Evangelisatie te Oosterhesselen. Dit was een hechte groep mensen die gezamenlijk in 1895 aan het Dwarsgat de eerste houten kapel bouwden, die de naam Bethel (Huis van God) kreeg. De grond waarop de kapel werd gebouwd, was geschonken door de vervener Harm Bruins Slot. Arend van der Weide (Nienen Aorend) was jarenlang koster van de kapel. Hij zorgde ook voor kooltjes vuur voor de stoven van de vrouwen, toen er in de kapel nog geen verwarming was. Bekende namen in de kerkenraad van die eerste jaren waren Hendrik Booij, Hendrik Schonewille en Willem Zwiers. Na ruim twintig jaar werd de houten kapel afgebroken en kreeg men een stenen gebouw, dat in 1934 met een torentje werd bekroond.

In 1896 werd Taanman overgeplaatst naar Deventer. Een van zijn helpers, W. Dijksma, was al vanaf 1893 de eerste officiële voorganger van de evangelisatie. Hij bleef hier tot 1904 en verrichtte met grote zelfopoffering ook belangrijk sociaal werk onder de veenarbeiders. In 1905 kwam Anthonij Hellendoorn, die bleef tot 1914. Hij had veel schriftelijke contacten met het gemeentebestuur. Voor ’zijn’ mensen, van wie de meeste niet konden lezen of schrijven , bepleitte hij vermindering of vrijstelling van belasting of schoolgeld. Hij was de initiatiefnemer tot aanleg van een begraafplaats in Geesbrug. Na hem kwam Dirk Spoel die tot 1928 actief was in Nieuwlande. Spoel werd bekend door wat hij vertelde op een bijeenkomst van godsdienstonderwijzers en evangelisten in 1916. De naam Nieuwlande was nog niet in zwang. Men sprak over het Zwinderscheveld. Over de bevolking zei Spoel: ’Eenvoudige mensen, een 50 of 100 jaar misschien ten achter in beschaving en ontwikkeling, goed kerks over het algemeen, goed orthodox met een weinige neiging naar het mystieke’. Als voorbeeld van dit laatste verhaalt hij over het merkwaardige gebruik van het aanzeggen aan de bijen, als er iemand is overleden. Twaalf voorgangers heeft men in Nieuwlande gehad in een periode van 110 jaar. Hans Lowijs wordt de dertiende, zij het als deeltijdpastor. Na Spoel kwamen H. Wortman (1928-1931), F. Eppinga (1931-1946), T. Schaap (1946-1958), ds. E. Bosma (1958-1967), ds. H. Steenstra (1968-1974), ds. G. Breier (1974-1978), A. Schaper (1979-1988), de heer Van Kranenburg (1988-1993) en K. Hof (1995-2002). Ook werd er nogal eens gepreekt door meester C.J. van Oostenrijk, het hoofd van de school aan de Perebomenweg. Van Oostenrijk was bevoegd om te preken omdat hij de akte godsdienst had. In 1964 werd de oude kapel vervangen door de huidige kerk. De hervormde gemeente Bethel is een zogenaamde afstandsevangelisatie binnen de Nederlandse Hervormde kerk. Het is dus geen zelfstandige kerk, maar men onderschrijft en volgt wel de Kerkorde. Nieuwlande is een overwegend confessioneel hervormde gemeente met een ledental van tegen de 550 waarvan 164 personen belijdend lid zijn. Kerkelijk is het ingedeeld als wijk II van de gemeente in Hollandscheveld. Wijk I is de hervormde evangelisatievereniging Geesbrug. Gezamenlijk vormen deze drie gemeenten de gemeente Groot Hollandscheveld. De kerkenraad van Bethel moet worden gezien als een deel van de kerkenraad in Hollandscheveld.

Hans Lowijs ziet het als een uitdaging om hier te gaan werken. ’In het bedrijfsleven was ik verlichtingsadviseur’, zegt hij. ’Eigenlijk ben ik dat ook gebleven in mijn werk als pastor. Vele jaren sprak ik met de mensen over kunstlicht en nu mag ik meehelpen om hen de weg te wijzen naar het Ware Licht.

Dagelijks Woord