headerblauw1

Een man ging naar de kapper om zijn haar en baard bij te laten knippen. Ze begonnen te discussiƫren en spraken over vele zaken. Al gauw kwamen ze bij de bekende vraag of God wel bestaat.

De kapper zei: "Kijk, ik geloof niet dat God bestaat." "Waarom zeg je zoiets?" Vroeg de man. "Nou, iemand hoeft alleen maar naar de wereld te kijken en hij zal zien dat God niet bestaat. Als God echt bestaat, zouden daar dan zoveel zieke mensen zijn? Zouden daar zoveel gehandicapte kinderen zijn? Nee, Als Hij echt bestond, zou er geen ellende zijn op de aarde. Ik kan me niet voorstellen dat een God dit allemaal kan toestaan." De man was even stil maar zei verder niets. De kapper was inmiddels klaar en de man verliet de zaak. Onderweg naar huis zag hij een oude man op straat met heel lang haar en ongetrimde baard. De man ging onmiddellijk weer terug naar de kapperszaak en zei tegen de kapper: "KAPPERS BESTAAN NIET!" "Maar ik ben toch een kapper en ik sta hier vlak voor je." antwoordde de kapper. "NEE!" zei de man. "Kappers bestaan gewoon niet. Als zij echt bestonden, zouden er geen mensen meer rond lopen met lang haar en ongetrimde baarden op de wereld." De kapper antwoordde: "Ach, wij kappers bestaan zeer zeker wel. Het zijn gewoon de mensen die niet naar ons komen." "Exact!" ging de man verder. "Dat is het hem nou juist. God bestaat ook zeer zeker wel. Het zijn juist de mensen die niet naar Hem gaan en Hem niet opzoeken en daarom is er zoveel ellende op de wereld."

Dagelijks Woord

  • zondag 16 juni 2019 - Matteus 7:9-11
    Is er iemand onder jullie die zijn kind, als het om een brood vraagt, een steen zou geven? Of een slang, als het om een vis vraagt? Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal jullie Vader in de hemel dan het goede geven aan wie hem daarom vragen. -- Matteus 7:9-11