headerblauw1

Zo'n ruim honderd jaar geleden leefde een beroemde schilder en die schilder heette Renoir. Toen Renoir oud geworden was werden zijn vingers, zijn handen en zijn polsen helemaal stijf. Zodanig dat het schilderen hem ongelofelijk veel moeite koste en ook pijn deed. Maar kon hem dat weerhouden om te schilderen? Allerminst. Helemaal niet. Een van zijn vrienden nam de penselen, doopte ze in de verf en plaatste ze in de stijf geworden handen van de schilder. En Renoir schilderde zoals hij altijd schilderde. De handen van deze schilder werken verder, ook al waren ze zo beschadigd, tot vreugde van veel mensen in de wereld.

Nou, deze geschiedenis van de handen van Renoir herinnerden mij aan de geschiedenis van de handen van de Here Jezus. Toen Jezus tweeduizend jaar geleden op aarde leefde gebruikte Hij zijn handen. Hij gebruikte ze om spijs uit te delen, brood en visjes. Hij gebruikte ze om kleine kinderen te zegenen. Hij zei: "Laat de kinderen tot mij komen"' en ze kwamen. Bijvoorbeeld de kleine Jonathan met z'n smerige gezicht en de kleine Mirjam met haar druip neusje. De kleine Maria met haar zere knie. Dan legde de Here Jezus Zijn handen op de kinderen, op hun hoofdjes en Hij zei: "God zegen jou Jonathan, God zegene jou Mirjam, God zegene jou Maria."

Maar toen... toen gebeurde er iets ergs met de handen van de Here Jezus. De mensen sloegen grote, dikke, ijzeren nagels door Zijn handen heen. En daarmee nagelden ze Hem aan een stuk hout. Zo dat Hij aan zijn handen moest sterven. En nu? Kan dat de handen van de Here Jezus weerhouden om de kleine kinderen te zegenen? Om spijzen uit te delen? Nee, wis en waarachtig niet! Want de Here Jezus die gekruisigd is en gestorven is stond op de derde dag op uit de dood. Toen werden zijn handen weer levend. De tekenen waren nog altijd zichtbaar maar vanaf dat moment kon de Here Jezus Zijn handen weer voor altijd gebruiken om mensen groot en klein te zegenen voor altijd.

Dagelijks Woord