headerblauw1

Een chinees vertelde dat hij in een diepe put was gevallen. Hij deed al zijn best om eruit te komen, maar het lukte niet. Hij schreeuwde zijn keel schor om de aandacht te trekken.

Eindelijk kwam Confucius voorbij. Hij zei : ‘Mijn Zoon, als je mijn lessen gevolgd had zou je daar niet wezen’.

En hij vervolgde zijn weg.

Een ander keek over de rand van de put. Het was Boedha. Hij zei :’’Mijn zoon, als je alleen maar je armen kruist en je oog sluit, kom je in een toestand van volmaakte rust en onderwerping. Zo zul je het Nirwana (eeuwige niets) bereiken. En Boedha vervolgde onverstoorbaar zijn weg.

Met driftige stappen naderde Mohammed. Hij boog zich over de rand van de put en zei :’Man, wat zit je daar akelig.Niet bang zijn, het is de wil van Allah. Spreek de belijdenis ‘Allah is groot en Mohammed is ‘zijn profeet’uit en doe dat tot je mond voor altijd gesloten is. Je zult in het paradijs dubbel genieten’. En ook Mohammed ging weg zonder een hand uit te steken.

Toen klonk een stem ; ‘Mijn Zoon’. Jezus daalde in de put af. Hij had zijn leven er voor over om mij te redden. Hij sloeg zijn armen om mij heen en tilde mij uit de put. Hij trok mij mijn vuile kleren uit en gaf mij zijn eigen kleed. Hij gaf mij te eten en zei ; ‘Volg Mij en ik zal je voortaan voor vallen bewaren’ Daarom, zo besloot de Chinees zijn verhaal, werd ik christen.

Dagelijks Woord

  • woensdag 26 juli 2017 - Hebreeen 13:15-16
    Laten we met Jezus’ tussenkomst een dankoffer brengen aan God: het huldebetoon van lippen die zijn naam prijzen, ononderbroken. En houd de liefdadigheid en de onderlinge solidariteit in ere, want dat zijn offers waarin God behagen schept. -- Hebreeen 13:15-16