headerblauw1

Er was eens een Schotse boer die grote vragen had bij kerst. Het idee dat God mens zou worden, vond hij absurd. Zijn vrouw was echter gelovig. De boer maakte het haar soms moeilijk met zijn spot. 'Het is allemaal onzin’ zei hij. 'Waarom zou God Zich verlagen en een mens worden als wij? Het is zo'n belachelijk verhaal.

Op een sneeuwachtige zondagavond ging zijn vrouw met de kinderen naar de kerk, terwijl de boer thuiszat. Toen ze weg waren, verslechterde het weer en stak er een hevige sneeuwstorm op. Hij hoorde een harde klap tegen het raam. En toen nog één. De boer ging naar buiten om te kijken wat er aan de hand was. Dat was vreemd! Een troep ganzen was neergestreken op zijn land. Op hun trek naar het zuiden waren ze in de storm de weg kwijtgeraakt. Ze waren op zijn boerderij gestrand en konden niet meer vliegen of zien waar ze heen moesten.

De boer had met de ganzen te doen. Hij zette de schuurdeuren open om ze binnen te laten. Maar ze beseften niet dat ze daar veilig zouden zijn. Dus probeerde de boer de ganzen naar binnen te jagen, maar ze renden alle kanten op . Verbaasd pakte hij een stuk brood en legde zo een spoor naar de schuurdeur. Maar ze kwamen nog steeds niet. Hij kreeg ze met geen mogelijkheid in de veilige schuur. Ten einde raad riep hij uit: Snappen ze dan niet dat dit de enige plek is waar ze de storm kunnen overleven? Hoe krijg ik ze in vredesnaam achter me aan?

Hij dacht even na en realiseerde zich toen dat ze niet achter een mens aan zouden gaan. Hij overlegde bij zichzelf: hoe kan ik ze redden? Dat lukt alleen als ik een gans word. Kon ik maar één van hen worden. Dan zou ik ze kunnen redden. Ze zouden achter me aan komen en ik zou ze in veilig­heid brengen.

Opeens besefte hij wat hij zei. De woorden klonken na in zijn hoofd: 'Kon ik maar één van hen worden. Dan zou ik ze kunnen redden.' Dat was wat God gedaan had. Mens geworden. Om mensen te redden.

Dagelijks Woord

  • woensdag 26 juli 2017 - Hebreeen 13:15-16
    Laten we met Jezus’ tussenkomst een dankoffer brengen aan God: het huldebetoon van lippen die zijn naam prijzen, ononderbroken. En houd de liefdadigheid en de onderlinge solidariteit in ere, want dat zijn offers waarin God behagen schept. -- Hebreeen 13:15-16